Te veel gevangenen, te weinig personeel. Het Belgische gevangeniswezen lijkt vast te zitten in een levenslange crisis. Zal een hervorming straks ademruimte bieden? ‘Onze gevangenissen zijn ziek. Een chemobehandeling is de enige manier.’ Door Heleen Debeuckelaere , De Standaard Weekblad, 3 september 2022
De hitte begon al in april. Terwijl de rest van de wereld barbecues aansleepte en terrasjes deed, klom de temperatuur in de cellen van paviljoen Abis van de gevangenis van Merksplas gestaag. Eind augustus is het zo warm in de cel van L.V. en zijn drie celgenoten dat ademhalen moeilijk is. Na maanden met vier in de kleine ruimte, onder een dak zonder isolatie, voelt de lucht tropisch. Er is geen ventilatie, geen uitweg. De blauwe gordijnen in de cel zijn dicht om de zon zo veel mogelijk buiten te houden. ‘Ik heb al zes bypassoperaties gehad, dit is niet veilig’, vloekt L.V. terwijl hij met zijn hand op het grote litteken op zijn borst slaat. ‘We sluiten zelfs een hond niet langer dan vijf minuten in een auto op als het zo warm is’, sakkert C.C. vanuit een cel verderop. ‘België is een ontwikkeld land met derde­wereldgevangenissen.’ De eerste ramen sneuvelden maanden geleden al in Merksplas. Uit frustratie en gek van de hitte begonnen gevangenen de ruitjes – van enkel glas – in te slaan, op zoek naar een zuchtje frisse lucht. Ondertussen zijn al meer dan 65 ramen gesneuveld. ‘Het koelt niet af, ook ’s nachts niet’, verzucht Serge Rooman, de directeur. ‘Dat is zwaar voor de mannen én voor het personeel. Iedereen is sneller geagiteerd, het wordt snel te veel, het ís ook allemaal te veel.’
luisteren
Merksplas werd in 1825 gebouwd als een kolonie voor bedelaars en landlopers. De directeur en zijn stafleden doen hun best om het lot van de mensen onder hun hoede te verzachten. ’s Avonds mogen de deuren van de gang open, in de hoop dat de nacht meer heil brengt dan de dag. Kan de gevangenis niet gewoon een aircosysteem installeren? Rooman beantwoordt de vraag met een schampere grijns. ‘Was het maar zo simpel. Toon mij waar het geld is en ik doe het onmiddellijk.’ Merksplas werd in 1825 gebouwd als een kolonie voor bedelaars en land­lopers. In 2016 kwam het tot rellen en een grote brand. De afdeling waar de onlusten plaatsvonden werd van de ene op de andere dag met houten platen dichtgetimmerd. De halfvolle koffiekopjes staan er nog precies bij zoals ze op die noodlottige dag werden achtergelaten. In dezelfde periode werd een andere afdeling gesloten omdat de elektriciteit niet reglementair was. Sindsdien zijn geen individuele wandelingen meer mogelijk, ­individuele bezoeken achter glas evenmin. De aanhoudende infrastructuurproblemen wegen elke dag meer op het gevangenisleven, boven op de andere problemen. Een renovatie is gepland, maar pas voor 2025.

Niet meer wachten

Merksplas prijkt hoog op de lijst van probleemgevangenissen in België, maar staat daar niet alleen. Om een beeld te krijgen van de verouderde gevangenis­infrastructuur kun je ook in Lantin terecht, voor een blik op de overbevolking in Antwerpen, Brussel of Brugge. Toch besloot minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) om voortaan ook korte gevangenisstraffen weer te laten uitvoeren. Sinds donderdag moet wie twee tot drie jaar cel krijgt minstens enkele maanden achter de tralies. Voordien ontsnapten ‘kortgestraften’ meestal aan een celstraf: de over­bevolking dwong de minister, en zijn voorgangers, om de kortgestraften een ander soort straf te geven.

Met die overbevolking is het ­vandaag allerminst beter gesteld, en toch wordt ‘de werp’ – de Wet Externe Rechtspositie – al uitgevoerd (DS 1/9). De minister gaat er prat op dat hij alles in het werk stelt om de overgang zo pijnloos mogelijk te laten verlopen. In Haren en Dendermonde gaan nieuwe gevangenissen open, verouderde gevangenissen als Merksplas en Ieper krijgen een facelift. Justitie zet ook in op detentiehuizen, waar gevangenen in kleine groepen onder intensieve begeleiding samenleven. In Kortrijk gaat over twee weken het eerste huis open.

De stille revolutie

Een ander soort gevangenissen, meer plaats en de uitvoering van korte straffen zijn niet de enige werven voor Justitie. In 2023 komt er een nieuw strafwetboek dat de hele strafuitvoering moet herorganiseren. In afwachting zijn al kleinere ingrepen in de maak. Zelfs de manier waarop het personeel wordt ­ingezet, verandert. Er komt een onderscheid tussen ‘detentiebegeleiders’ en ‘veiligheidsassistenten’. Die eersten moeten meer aan zorgbegeleiding doen, de anderen staan vooral in voor de veiligheid in de gevangenis. De vakbonden, die traditioneel zeer sterk staan bij het personeel, maken zich zorgen over wat die verschillende statuten in de praktijk zullen betekenen. De gevangenisdirecteurs van hun kant vragen zich dan weer af of die hervorming niet opnieuw tot een stakingsgolf zal leiden. Het gevangeniswezen kreunt nu al onder een massaal personeelstekort. In Merksplas alleen al is er een tekort van 34 voltijdse equivalenten. Met speciale wervingscampagnes hoopt Justitie nieuw personeel te vinden. Deze zomer trok het zelfs naar het metalfestival ­Alcatraz in Kortrijk om personeel te strikken. De ‘stille revolutie’ die Van Quickenborne predikt, komt op een ­moment dat het hele systeem op zijn grenzen botst. Het heeft zich jaren van de ene crisis naar de andere gesleept en hapt sinds de corona-epidemie nog meer naar adem.

kindergeluiden in de cel

Het is dinsdagmiddag en onwerkelijk stil op de moeder-kindafdeling van de gevangenis in Brugge. De kreten van spelende peuters en kleuters zijn zachte slaapgeluiden geworden. Gedetineerden die zwanger zijn of een jong kind hebben, mogen dat in Brugge bij zich houden tot het drie jaar oud is. Alleen in de cel van Z.A. is er beweging. Haar zoontjes zijn allebei jarig en ze maakt hun koffer voor penitentiair verlof. In de hoek staan al twee zelfgemaakte kroontjes klaar. Blauw met gouden versiering. ‘Eigenlijk valt het hier best mee’, ­vertelt Z.A. ‘In de zomer stond er een zwembadje buiten, en dit weekend is er een zomerfeest met frietjes voor de vrouwenafdeling.’ De kinderen en hun moeders worden heel intensief begeleid en opgevolgd. De moeders krijgen een dagstructuur aangeleerd, en de kinderen gaan, als ze oud genoeg zijn, naar een crèche in de buurt. Veel is hier anders dan op een gewone afdeling. In plaats van steriele naambordjes hangen op de deuren uitgeknipte hartjes met de namen van moeder en kind. De moeders mogen zelfstandig met hun kinderen in de speeltuin buiten, daarvoor hoeven ze de begeleide wandeling, ­tweemaal per dag, niet af te wachten. De door vrijwilligers geschonken ledikantjes, in het midden van de ververskamer, staan in schril contrast met de hoge ­muren buiten, de fleurige muurschilderingen en sculpturen van papier-maché.
Niet alle cipiers kunnen het leven in de moeder-kindafdeling aan. Geduld en dialoog werken er beter dan veiligheid en gesloten deuren. De cipiers zijn meer moederkloeken dan veiligheidspersoneel. Die specifieke zorg stelt de directie van Brugge voor grote uitdagingen. De gevangenis opende de deuren in 1991, het is een van de jongste en grootste ­gevangenissen van België, met een betere infrastructuur dus – maar ook met een zeer zware beveiliging die wringt met de specifieke aanpak op de moeder-kindafdeling en de sfeer die er heerst. Het leidt tot ongerustheid bij de directie, zeker nu de nieuwe gevangenis van Haren nog voor haar opening al om soortgelijke redenen kritiek krijgt van de Centrale Toezichtsraad voor het ­Gevangeniswezen (CTRG). Volgens Belgische en internationale regels moet de omgeving van de kinderen zo weinig mogelijk op een gevangenis lijken, maar de CTRG stelde bij een bezoek aan ­Haren in juni ‘met verbijstering de ­extreem beperkte oppervlakte’ van de speelruimte voor kinderen vast, ‘alsook de totale insluiting ervan binnen de eenheid’.

Implosie

Bovendien is de gevangenispopulatie van Brugge erg divers: er leven mensen in voorarrest en veroordeelden, ­gedetineerden en geïnterneerden. Er is een grote medische dienst, waardoor de moeilijkste medische profielen in Brugge terechtkomen. Ook was er tot voor kort een hoogbeveiligde afdeling waar de zwaarste veroordeelden werden ondergebracht. Die wordt nu omgevormd tot een afdeling voor oudere gevangenen, wat opnieuw een specifieke aanpak vergt. Om die machine draaiende te houden is een strakke planning en organisatie nodig. Door ‘de werp’ en de extra gevangenen die er zullen komen, vrezen ze in Brugge een administratieve implosie. Het is er nu al soms een heksen­ketel.

Eigenlijk valt het hier best mee’, vertelt een moeder. Ze woont met haar twee zoontjes op de moeder-kindafdeling van de Brugse gevangenis. De specifieke zorg daar stelt de directie voor grote uitdagingen

Je wenst het de rustige bubbel van de moeder-kindafdeling niet toe. Z.A. raapt haar laatste spullen bijeen voor het verjaardagsfeest. Binnenkort verjaart ook haar oudere zoon, hij wordt drie. ‘Ik hoop echt dat ik met hem vrijkom’, zegt ze met een smekende blik in de richting van het personeel. ‘Het is mijn eerste celstraf, en het zal mijn laatste zijn.’